Resultaten zenderonderzoek leggen het geheime leven van de egel bloot

Waar hebben egels hun leefgebied? Waar zoeken zij hun voedsel? En welke route leggen zij daarbij af? Egelwerkgroep Nederland en Silvavir ecologisch advies zochten dit het afgelopen jaar uit en volgden twee maanden lang een aantal gezenderde stadse egels in hun dagelijkse doen en laten. De verkregen GPS-data heeft nieuw inzicht gegeven in het verborgen leven van onze egels.

In Steenwijk zijn door Egelwerkgroep Nederland egels uit het wild gevangen en gezenderd in hun eigen leefgebied. Silvavir ecologisch advies heeft in Zoetermeer gezonde egels uit de lokale egelopvang gezenderd en losgelaten op een locatie met voldoende mogelijkheden tot het vinden van een eigen leefgebied. De zenders legden regelmatig de GPS-locatie van de egels vast. Gewapend met een handantenne zijn de onderzoekers ‘s nachts op pad gegaan om de gezenderde egels te lokaliseren en de GPS-data uit te lezen.

Gezenderde egel (foto: Johann Prescher)

Grote afstanden en leefgebieden Gemiddeld genomen legden de egels in Steenwijk per etmaal een afstand af van ruim 1,5 kilometer en de egels in Zoetermeer 358 meter. Dat is een opvallend verschil. Mogelijk zijn de uitgezette egels voorzichtiger in een nieuwe omgeving en/of nemen zij de tijd om onbekend terrein te verkennen. Ook zaten er enkele behoorlijke uitschieters tussen de afgelegde afstanden. Zo bleek een egel in Zoetermeer bijna 2,5 kilometer afgelegd te hebben in één nacht en een egel in Steenwijk ruim 5 kilometer! Duidelijk is dat egels relatief grote afstanden afleggen binnen het leefgebied, los van het feit of het habitat binnen het leefgebied geschikt of ongeschikt is. Een egel uit Steenwijk bracht de volledige onderzoeksperiode door in een park met veel struikgewas en ondergroei. Toch legde deze egel zo’n 1,5 kilometer per nacht af. Hoe groot de leefgebieden zijn, is niet heel stellig te zeggen. Daarnaast moesten de egels in Zoetermeer hun eigen leefgebied nog vinden. Dat is ook duidelijk terug te zien in de data. De Zoetermeerse egels verplaatsten zich vaker en in totaal verder om een eigen leefgebied te vinden. Gemiddeld bestreken de egels hier een gebied van ongeveer zeven hectare. De egels in Steenwijk bleven redelijk in een vast gebied. Tijdens de onderzoeksperiode verbleven de mannelijke egels daar in een leefgebied van circa veertig hectare, de vrouwelijke egels in een gebied van rond de tien hectare. De data suggereert dus dat egels grote leefgebieden kunnen hebben. Om conclusies te kunnen trekken, is echter meer en langer onderzoek nodig. Wat wel duidelijk bevestigd wordt door de data is dat egels niet territoriaal zijn; de leefgebieden van zowel mannelijke als vrouwelijke egels overlapten elkaar. Dit bleek ook al uit eerdere, buitenlandse onderzoeken. Struweel heeft de voorkeur Alle egels blijken een duidelijke voorkeur te hebben voor struweel: lage en dichte begroeiing. Zo werd openbaar groen veel gebruikt om overdag te slapen en ’s nachts van A naar B te komen, het liefst aansluitend. Tuinen van woningen werden ook regelmatig gebruikt. Dat egels het liefst door struweel trippelen is niet alleen duidelijk in woonwijken, maar ook daarbuiten. Zo maakten de egels in beide steden veel gebruik van spoorbermen. Een egel uit Steenwijk bracht zelfs het grootste deel van de onderzoekstijd in de spoorberm door en had hier tevens meerdere verblijfplaatsen. Ook parken en struweel rondom gras- of sportvelden werden veel gebruikt. Een grasveld oversteken werd wel gedaan, maar de meeste activiteit van alle egels vond plaats in of in elk geval vlak langs het struikgewas. Blijkbaar hebben egels behoefte aan beschutting, niet alleen wanneer ze overdag slapen, maar ook tijdens hun nachtelijke zwerftochten.

Zowel voor nachtelijke zwerftochten als voor verblijfplaatsen maken egels graag gebruik van struweel: lage en dichte begroeiing (foto: Egelwerkgroep Nederland)

Barrières en knelpunten Tijdens de zwerftochten kwamen de egels ook de nodige barrières tegen, zoals (ring)wegen, spoorlijnen en water. Niet alle barrières blijken onneembaar, maar barrières zorgen wel voor versnippering van het leefgebied. Dat egels regelmatig een weg overtrippelen is niet onbekend; dat loopt immers vaak verkeerd af voor egels. Toch is er in de data een verschil te zien tussen de verschillende wegen. De rustigere wegen in wijken werden geregeld overgestoken, terwijl grote en drukke wegen het liefst werden gemeden. In Zoetermeer is duidelijk te zien dat de grote ringwegen een barrière vormen. Dat gold niet voor één dappere egel; deze egel lukte het om via het gras langs de fietspaden de fietstunnels te bereiken en zo aan de andere kant van een drukke ringweg te komen. Zowel in Zoetermeer als in Steenwijk werd regelmatig een spoorlijn overgestoken. Ook het oversteken van water vormde geen probleem: als er een bruggetje aanwezig was, dan wisten ze die te vinden (of ze moeten gezwommen hebben…).

Een egel in Steenwijk stak regelmatig het spoor over (data: Egelwerkgroep Nederland, kaart: Silvavir ecologisch advies)

Egelvriendelijk inrichten Doordat steden steeds voller raken met bebouwing blijft er weinig ruimte over voor groene verbindingen. De groene gebieden binnen steden liggen versnipperd en zijn moeilijk te bereiken door barrières in de vorm van wegen, water en spoorlijnen. Uit het onderzoek blijkt dat de egels grote afstanden afleggen per nacht, ongeacht of het habitat binnen het leefgebied geschikt is. Ook worden barrières gekruist. Hoe belangrijk groene verbindingen binnen steden zijn voor egels om zich (enigszins) veilig te verplaatsen, kwam duidelijk naar voren. Om versnippering tegen te gaan, kunnen de volgende maatregelen op provinciaal en gemeentelijk niveau uitkomst bieden:

  • Bij de ontwikkeling van bouwprojecten of herinrichting van landschappen rekening houden met de aanleg van meer groene verbindingen. Hoe meer groene verbindingen binnen een stad, of zelfs binnen een woonwijk, worden aangelegd, hoe beter een egel zich door het gebied kan verplaatsen. Op deze manier wordt de stad beetje bij beetje ontsnipperd.

  • Doordat egels grote afstanden afleggen per nacht en bijna niet kunnen ontkomen aan barrières, lopen zij een groot risico. Een aangereden egel op of langs de weg is voor iedereen wel een herkenbaar beeld. Het plaatsen van faunaduikers of het ‘aankleden’ van taluds met struweel zouden het risico op aanrijdingen aanzienlijk kunnen verminderen en tegelijkertijd gebieden met elkaar kunnen verbinden.

  • Uit het onderzoek blijkt dat egels zich niet laten tegenhouden door barrières in de vorm van water. Hoe zij hier exact mee omgaan, maken de resultaten niet duidelijk. Wel werden de egels regelmatig teruggevonden op slootkanten. Ook waarnemingen van zwemmende egels zijn niet zeldzaam. Het is dan ook niet uit te sluiten dat egels waterbarrières zwemmend oversteken. Fauna-uittreedplaatsen zijn daarom wenselijk op plekken waar de waterkant steil is.

Ook het grote publiek kan een steentje bijdragen aan ontsnippering en het egelvriendelijk inrichten van de omgeving. Uit het onderzoek blijkt dat egels graag gebruik maken van tuinen, maar worden tegengehouden door barrières in de vorm van schuttingen en ander hekwerk. In en rondom tuinen is dus nog winst te behalen voor de egel. Het openstellen van de tuin door het aanleggen van een zogenaamde ‘egelsnelweg’ is een eerste stap. Een tweede stap is het vergroenen van tuinen door (gedeeltelijk) tegels te verwijderen en dit te vervangen door beplanting. Gemeenten kunnen hier tevens een rol spelen, door samen met inwoners te werken aan de realisatie van deze stappen. Maatregelen gericht op ontsnippering van steden en het egelvriendelijker maken van tuinen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de bescherming van de egel binnen Nederland. Meer informatie Meer informatie over de resultaten van dit onderzoek is te bekijken in de storymap.